Home » Artikelen » "Ze speelden god met levende lichamen": twee vrouwen over hun detransitie

"Ze speelden god met levende lichamen": twee vrouwen over hun detransitie

Door Mark Visser — 21 augustus 2026

Begin mei 2026 kwamen in Ottawa tientallen detransitioners samen voor een bijeenkomst, georganiseerd door de Canadese veteraan Jeff Evely. Twee van hen, Faith Groleau en Kellie-Lynn Pirie, deden voorafgaand aan een persconferentie op Parliament Hill uitgebreid verslag van hun medische traject in een reportage van de Canadese nieuwssite RAIR Foundation. Beide vrouwen beschrijven hoe artsen en therapeuten hun onderliggend trauma niet onderzochten, maar hen in plaats daarvan snel richting puberteitsremmers, hormonen en chirurgie stuurden — met blijvende lichamelijke gevolgen.

Faith Groleau: getransitioneerd als tiener

Groleau begon rond haar zestiende aan een medische transitie, nadat ze kampte met gedocumenteerde psychische problemen en jeugdtrauma. Volgens haar relaas ging een kinderarts niet in op die onderliggende problematiek, maar schreef al snel puberteitsremmers voor, gevolgd door testosteron. De remmers brachten haar lichaam op haar zestiende in een vervroegde menopauze: de natuurlijke oestrogeenproductie viel stil, de botdichtheid liep terug en ontwikkeling die normaal in de puberteit plaatsvindt, bleef uit. Ze noemt blijvende stemverlaging, gezichts- en lichaamsbeharing, vergroting van de clitoris — wat zij zelf omschrijft als een vorm van genitale verminking — chronische urineweginfecties en incontinentie als gevolgen waar ze nu mee leeft. Over de effecten van testosteron op haar eicellen, en dus op eventuele toekomstige kinderen, bestaat volgens haar tot op heden geen onderzoek. Detransitie werd haar naar eigen zeggen nooit als optie voorgelegd; twijfel werd steeds beantwoord met het vooruitzicht van weer een volgende stap.

Kellie-Lynn Pirie: "je hebt de volgende ingreep nog niet gehad"

Pirie, oprichter van Detrans Alliance Canada, transitioneerde op haar late dertigste, na jaren van trauma, verslaving en een moeizaam herstelproces. Twee jaar nuchter voelde ze zich nog altijd ongemakkelijk in vrouwenruimtes, tot een trans-geïdentificeerde man opperde dat ze eigenlijk een trans man zou zijn. Volgens haar getuigenis kreeg elke twijfel steevast hetzelfde antwoord: je hebt de testosteron nog niet gehad, de hysterectomie nog niet, de borstamputatie nog niet — elke volgende ingreep werd voorgesteld als dé stap die het probleem eindelijk zou oplossen. Pas tijdens een Pride-optocht in Vancouver, gepresenteerd als "trans man", besefte ze naar eigen zeggen dat er niets was geheeld: ze had zich enkel zichtbaar gemaakt voor een andere groep mannen. Het onderliggende ongemak bleef, en de beloofde opluchting kwam nooit.

Een patroon achter twee verhalen

Groleau en Pirie trekken in de reportage een gemeenschappelijke lijn: in beide trajecten werden trauma, bijkomende psychische klachten en waarschuwingssignalen naar hun zeggen genegeerd, terwijl bestaande psychiatrische voorgeschiedenis opzij werd geschoven ten faveure van medische stappen die als "levensreddende zorg" werden gepresenteerd. Ze stellen ook dat twijfel binnen transgemeenschappen weinig ruimte krijgt: wie spijt uit, zou volgens hen worden weggezet, buitengesloten of verdwijnt soms door zelfdoding — een verlies dat volgens de vrouwen in sommige tellingen van voor- en belangenorganisaties niet als mislukking, maar als een vorm van uitkomst wordt weggeschreven. Het is een zware beschuldiging die in de reportage niet met harde cijfers wordt onderbouwd, maar die aansluit bij een historisch precedent: de kliniek van Johns Hopkins staakte haar geslachtsveranderende operaties eind jaren zeventig nadat onderzoek geen verbetering — en soms verslechtering — van de uitkomsten liet zien, om het programma decennia later, onder aanhoudende maatschappelijke druk, weer te openen.

Wat de twee vrouwen willen bereiken

Groleau en Pirie richten hun kritiek niet op transgender personen zelf, maar op wat zij een gebrek aan zorgvuldige diagnostiek noemen: klinieken die volgens hen jonge en kwetsbare mensen met weinig grondig psychologisch onderzoek doorverwijzen naar hormonale en chirurgische trajecten. Met publieke getuigenissen en via Pirie's organisatie Detrans Alliance Canada proberen ze die praktijk aan te kaarten bij beleidsmakers en het bredere publiek. Hun boodschap is niet dat niemand baat heeft bij transitie, maar dat de screening vooraf — juist bij mensen met trauma, verslaving of andere psychische kwetsbaarheid — naar hun ervaring vaak ontbrak, met onomkeerbare gevolgen.

"Elke keer als er twijfel opkwam, was het antwoord hetzelfde: je hebt het nog niet geprobeerd. Nog geen testosteron, nog geen hysterectomie, nog geen amputatie. Altijd was er een volgende stap die het eindelijk zou goedmaken."

— Kellie-Lynn Pirie, in de reportage van RAIR Foundation, mei 2026

Bron

Vlad Tepes, RAIR Foundation, EXCLUSIVE: From Trauma to Testosterone: How the Trans Industry Preys on the Vulnerable and Counts Suicide as Success (Interview), 7 mei 2026. rairfoundation.com.

Mark Visser

Mark Visser

Redactie

Veelgestelde vragen

Wie zijn Faith Groleau en Kellie-Lynn Pirie?

Twee Canadese detransitioners die in mei 2026 in een reportage van RAIR Foundation openlijk vertelden over hun medische transitie en de gevolgen daarvan. Pirie richtte de organisatie Detrans Alliance Canada op; Groleau begon haar transitie als tiener.

Wat ging er volgens hen mis in hun medische traject?

Beide vrouwen stellen dat onderliggend trauma en psychische klachten niet grondig werden onderzocht voordat ze puberteitsremmers, hormonen of operaties kregen, en dat twijfel telkens werd beantwoord met het vooruitzicht van weer een volgende medische stap.

Wat zeggen ze over hoe twijfel binnen transgemeenschappen wordt ontvangen?

Volgens Groleau en Pirie krijgt spijt weinig ruimte: wie twijfelt zou worden weggezet of buitengesloten. Ze noemen ook dat zelfdoding in sommige tellingen niet als mislukte uitkomst wordt geregistreerd — een claim die in de reportage niet met harde cijfers wordt onderbouwd.