In de biologieles — wat een dertienjarige hoort
Drie scènes uit een klas waar de docent het Genderdoeboek volgt. Geen abstracte discussie. Een jongen die zich afvraagt wat een man is, een meisje dat een uitnodiging krijgt waar ze niet om vroeg, een puber die geen geruststelling krijgt.
Scène één — de jongen achter in de klas
Hij is dertien. Zijn stem slaat over. Hij heeft gisteren in de douche voor het eerst gemerkt dat zijn lichaam iets doet waar hij niet om gevraagd heeft. Hij komt naar de biologieles met de hoop dat iemand uitlegt wat er aan de hand is.
De docent staat voor het bord. Op het bord staat: "een persoon met een penis". De docent legt uit dat het woord "man" niet meer wordt gebruikt om misverstanden te voorkomen. Want sommige mannen hebben geen penis, en sommige mensen met een penis zijn geen man.
De jongen denkt: ik dacht dat ik een man aan het worden was. Nu ben ik een persoon met een penis. Hij durft niets te vragen. Wie aan het bord vraagt wat er met "man" gebeurd is, is in deze klas degene die het probleem is.
Scène twee — het meisje vooraan
Zij is twaalf. Sinds dit jaar groeien haar borsten. Ze vindt het verschrikkelijk. Ze loopt gebogen, ze koopt truien twee maten te groot, ze huilt soms in de badkamer. Wat ze nodig heeft is iemand die zegt: dit is gewoon — je lichaam verandert, dit is wat puberteit doet, het wordt vanzelf gewoner.
De docent legt uit dat het lichaam waarmee je geboren bent niet bepaalt wie je bent. Wie je bent, zit van binnen. Als je je niet thuis voelt in je lichaam — dat is wat genderdysforie heet — kun je hulp krijgen om uit te zoeken wie je werkelijk bent.
Het meisje hoort: het ongemak dat ik voel is geen fase. Het is een aanwijzing. Misschien ben ik wel iets anders dan ik dacht. Ze gaat naar huis, opent TikTok, en typt voor het eerst het woord "trans" in de zoekbalk.
Scène drie — wat er níet gezegd wordt
Wat dertien jaar geleden in deze les nog wel werd gezegd: dat lichamelijke veranderingen normaal zijn, dat ongemak erbij hoort, dat het overgaat. Dat een meisje dat haar borsten haat geen patiënt is maar een puber. Dat een jongen die zijn stem haat geen identiteitsvraag heeft maar een lichaam dat zich aan het herschikken is.
Wat in plaats daarvan gezegd wordt, staat in Transgender Netwerk Nederland's Genderdoeboek voor Scholen, dat docenten voorschrijft te onderwijzen dat er mannen met eicellen en vrouwen met zaadcellen bestaan, en dat het woord "vrouw" beter vervangen kan worden door "mens met een baarmoeder". Bij biologie. Met subsidie van de overheid.
Wat detransitioners over het klaslokaal zeggen
Helena Kerschner, Chloe Cole, Cat Cattinson — verschillende landen, één terugkerende beschrijving van waar het begon. Niet bij een arts. Op school of online, op een leeftijd waarop een puber alles wat de docent zegt als waarheid registreert. De manier van kijken werd in de klas aangereikt: jouw ongemak is geen ongemak, het is identiteit.
Wie eenmaal het idee meekrijgt dat het lichaam niet bepalend is, draagt dat idee mee de adolescentie in. Voor wie het daarna terugneemt, zijn de gevolgen niet meer terug te draaien. Zie Chloe Cole, Helena Kerschner en Lotte voor wat erna kwam.
De docent die het niet wil
Niet elke biologiedocent vindt dit een goede les. Maar het lesmateriaal is door de school besteld, het curriculum is vastgelegd, en wie het overslaat krijgt aan het eind van het jaar een gesprek over "inclusief lesgeven". De zwijgcultuur die elders speelt — zie zwijgcultuur in de zorg — speelt ook hier. Een docent die hardop zegt dat de cel niet weet wat een identiteit is, is in deze klas degene die uitgelegd moet worden.
De kinderen merken dat. Een puber voelt het verschil tussen een docent die overtuigd is en een docent die een script voorleest. Maar wat er aan het bord staat, blijft wel staan.
Lees verder
Een uitgebreide analyse van het Genderdoeboek zelf — wat er feitelijk in staat, hoofdstuk per hoofdstuk — schreef Edward Jansen op gendergekte.nl:
- Indoctrineren voor beginners — les 2: TNN bij biologie (Edward Jansen, 10 juni 2026). Over wat TNN biologiedocenten precies voorschrijft te onderwijzen, en op welke subsidielijn dat gebeurt.